Saturnus - zesde planeet vanaf de Zon


Perihelium 9.0355 AE
Aphelium 10.1340 AE
Siderische omlooptijd 29.45779 jaren
Synodische periode 378.092 dagen
Baansnelheid 9.661 km/s
Equatoriale straal 60268 km
Afplatting 1/10.2
Siderische rotatieduur 10h 39m 22.4s
Helling equator op baan 26º 44'
Massa (Aarde=1) 95.16112
Gemiddelde dichtheid 687 kg/m³
Zwaartekracht oppervlakte (Aarde=1) 0.931
Gemiddelde temperatuur 134 K
Bondalbedo 34
Absolute Magnitude V(1,0) -8.88
Semi-diameter equator 83.10"
Magnetisch veld equator 0.218 gauss
Saturn


Saturnus was de god van de landbouw in de Romeinse mythologie. In het Grieks heette hij Cronos, de zoon van Uranus en Gaia, en de vader van Zeus (Jupiter). Het woord "zaterdag" is afgeleid van Saturnus.
De planeet is prima te zien met het blote oog en dus al in de oudheid bekend. Galileo Galilei heeft in 1610 voor het eerst een, toen recent uitgevonden, telescoop op de planeet gericht. De eerste telescopen waren nog niet zo krachtig en Galilei zag een wat merkwaardig verschijnsel bij Saturnus maar wist het niet te verklaren.
Christiaan Huygens kwam in 1695 met een juiste interpretatie van het verschijnsel dat we nu kennen als de ringen. Daarna werd lange tijd gedacht dat Saturnus de enige planeet met ringen was maar in 1977 werden er ook dunne ringen ontdekt rond Uranus en later ook bij Jupiter en Neptunus.
Saturnus heeft het laagste soortelijk gewicht van alle planeten in ons zonnestelsel en lager dan dat van water. Dit betekent dat als je een voldoende grote oceaan zou hebben dan zou Saturnus erop blijven drijven.
De planeet bestaat voor zo'n 75% uit waterstof en 25% uit helium. Verder is er wel wat water, methaan, ammoniak en andere stoffen. Dit komt overeen met de samenstelling van de nevel waaruit ons zonnestelsel is ontstaan. De kern bestaat uit ijzer en vloeibaar metallisch waterstof. Dit laatste kan alleen voorkomen bij een druk van meer dan 4 miljoen bar en bestaat uit geïoniseerde protonen en elektronen. Het zorgt voor een sterk magnetisch veld.
Door de zwaartekracht krimpt de planeet langzaam in. Dit veroorzaakt zoveel warmte dat de planeet meer warmte uitstraalt dan dat ze van de Zon ontvangt.
De ringen van Saturnus
Vanaf de Aarde zijn er twee grote ringen (A en B) en een kleinere ring (C) zichtbaar. Het gat tussen de A en B ring heet de Cassini-scheiding naar de ontdekker Cassini.
Ze lijken massief maar dat zijn ze niet. Het zijn duizenden deeltjes die variëren in grootte van 1 centimeter tot een paar meter. De ringen zijn niet meer dan 200 meter dik en bestaan uit stof en ijs. Structuur van het ringenstelsel van Saturnus

De grootste manen van Saturnus in verhouding tot elkaar
Saturnus heeft de meeste manen van alle planeten in ons zonnestelsel. De stand staat nu op 30 en mogelijk dat er nog meer ontdekt worden als de Cassini sonde bij de planeet arriveert in 2004. De Huygens sonde, een deel van de Cassini missie, zal een bezoek brengen aan de maan Titan door af te dalen in haar atmosfeer. Deze maan is overigens met een kleine kijker al zichtbaar.
Wat opvalt bij alle manen van Saturnus is dat ze allemaal een synchrone rotatie hebben. Dat wil zeggen dat ze altijd met dezelfde kant naar de planeet gericht zijn.
Naam Afstand (x1000km) Straal (km) Ontdekker Jaartal
Pan 133.58 10 Showalter 1990
Atlas 137.67 19x17x14 Terrile 1980
Prometheus 139.38 74x50x34 Collins 1980
Pandora 141.71 55x44x31 Collins 1980
Epimetheus 151.45 69x55x55 Walker 1980
Janus 151.45 99x96x76 Dollfus 1966
Mimas 185.54 199 Herschel 1789
Enceladus 238.04 249 Herschel 1789
Tethys 294.67 530 Cassini 1684
Telesto 294.67 15x13x8 Reitsema 1980
Calypso 294.67 15x8x8 Pascu 1980
Dione 377.42 560 Cassini 1672
Helene 377.42 18x16x15 Laques 1980
Rhea 527.07 764 Cassini 1672
Titan 1221.87 2575 Huygens 1655
Hyperion 1480.92 185x140x113 Bond 1848
Iapetus 3560.85 718 Cassini 1671
Phoebe 12952.19 110 Pickering 1898


Titan, de grootste maan van Saturnus
Titan werd ontdekt door Huygens in 1655 als eerste maan bij Saturnus. De maan is groter dan de planeet Mercurius en heeft een dikke atmosfeer. Deze bestaat hoofdzakelijk uit stikstof zoals bij de Aarde. Daarnaast is er 15% argon en een paar procent methaan. Er zijn sporen aangetroffen van organische stoffen zoals ethaan en koolstofdioxide. In diverse opzichten komt deze atmosfeer overeen met de atmosfeer zoals die op Aarde kon worden aangetroffen in de periode dat het eerste leven ontstond. De temperatuur aan het oppervlak is ongeveer -170º C.


Versie 1.0.3 - © 2001 Peter van der Wijst.